Eerst het goede nieuws: Nederland behoort tot de toegankelijkere landen in Europa voor detectorzoekers. Sinds 2016 heb je geen vergunning nodig om met een metaaldetector te zoeken, zolang je niet dieper dan 30 centimeter graaft, beschermde monumenten vermijdt en toestemming van de grondeigenaar hebt.
Mag ik met een metaaldetector in Nederland zoeken?
- Overal: landelijke erfgoedwetgevingToegestaande vrijstelling geldt alleen op land, niet onder waterGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
- Stranden en getijdenstrookVerschilt per locatiecontroleer de APV (Algemene plaatselijke verordening) van de gemeente voordat je op pad gaatGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
- Beschermde monumentenAlleen met onderzoekstoestemmingGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
- Nationale parken en natuurgebiedenVerschilt per locatieGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
- Terreinen van StaatsbosbeheerVerbodenvoor particulier bos is toestemming van de eigenaar nodigGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
- Rivieren, meren en kanalenAlleen met onderzoekstoestemmingGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
- Particuliere grondToestemming vereisteen gemeentelijk detectorverbod geldt ook op particulier terreinGecontroleerd aan de hand van de bron op 7 oktober 2026
Het korte antwoord per soort terrein. Tik op een kaart voor de uitleg en de oorspronkelijke regeltekst.
Op veel plaatsen zonder vergunning toegestaanAlleen met vergunning, registratie of op aangewezen strandenVerboden of in de praktijk niet toegankelijk
De voorwaarden maken het verschil: gemeenten kunnen de vrijstelling uitschakelen, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten staan het op geen van hun terreinen toe en elke archeologische vondst moet worden gemeld. Hieronder staan de regels per soort terrein.
De regels per soort terrein
Overal: landelijke erfgoedwetgeving
ToegestaanJe kunt in Nederland zonder vergunning met een metaaldetector zoeken, zolang je niet dieper dan 30 centimeter graaft, beschermde monumenten en lopende opgravingen vermijdt, toestemming van de grondeigenaar hebt en meldt wat je vindt.
- de Erfgoedwet verbiedt archeologische opgravingen zonder certificaat; het Besluit Erfgoedwet archeologie stelt detectoropgravingen vrij die de bodem niet dieper dan 30 cm onder het landoppervlak verstoren (van kracht sinds 1 juli 2016)
- de vrijstelling geldt niet op een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument, ook niet tijdens de aanwijzingsprocedure, of waar een gecertificeerde opgraving of een opgraving door een universiteit plaatsvindt
- de vrijstelling geldt alleen op land, niet onder water
- een gemeenteraad kan de vrijstelling voor het hele grondgebied of een deel daarvan uitschakelen, bijvoorbeeld via de APV (Algemene plaatselijke verordening); sommige gemeenten verbieden detectoren ook in hun verordening: Ede verbiedt het bij zich hebben ervan buiten de bebouwde kom als openbare-ordemaatregel (vanwege explosieven uit de Tweede Wereldoorlog); Buren verbiedt sinds 18 oktober 2022 het gebruiken of in het openbaar bij zich hebben ervan (APV art. 5:40), met ontheffingen voor vier jaar uitsluitend voor meerderjarige leden van een erkende archeologische of archeologisch-historische vereniging of werkgroep; Veere verbiedt ze langs de kust; controleer de APV voordat je op pad gaat
- je hebt nog steeds toestemming van de grondeigenaar of beheerder nodig; Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten geven die nooit
- meld archeologische vondsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
Wat de regel zegt
“Het opgravingsverbod in artikel 5.1, eerste lid, van de wet, is niet van toepassing op opgravingen, voor zover deze worden verricht met gebruik van een metaaldetector en waarbij de bodem niet dieper verstoord wordt dan tot dertig centimeter onder het landoppervlak.”
Graven
ToegestaanEen detectorvondst opgraven mag tot 30 centimeter onder het oppervlak; dieper graven geldt als een archeologische opgraving waarvoor een professioneel certificaat nodig is.
- geldt alleen buiten beschermde monumenten en lopende opgravingen, en alleen op land
- maak je gaten dicht en neem je vondsten mee (gedragscode van PAN)
- de RCE noemt de bovenste 30 cm de bouwvoor (ploeglaag) en zegt dat de vrijstelling er is omdat detectorzoekers bijdragen aan archeologische kennis
Wat de regel zegt
“Metaaldetectie mag in Nederland alleen in de bovenste 30 centimeter van de bodem.”
Vondsten houden
ToegestaanHet Burgerlijk Wetboek kent voor gewone gevonden zaken onder voorwaarden eigendom aan de vinder toe en voor een schat die aan de wettelijke definitie voldoet gedeeld eigendom. Meldplichten, bewaring en de juridische indeling van de zaak beïnvloeden de uitkomst.
- de regel uit de Erfgoedwet dat opgravingsvondsten eigendom zijn van de provincie, gemeente of Staat (art. 5.7) geldt niet voor vondsten onder de detectorvrijstelling (besluit art. 2.2(4))
- Een schat is een zaak van waarde die zo lang verborgen is geweest dat de eigenaar niet meer kan worden opgespoord. De schat behoort voor gelijke delen toe aan de ontdekker en de eigenaar van de onroerende of roerende zaak waarin hij is gevonden (Burgerlijk Wetboek art. 5:13).
- De ontdekker van een schat moet aangifte doen volgens art. 5:5(1)(a), tenzij hij onmiddellijk na de vondst iemand heeft ingelicht die hij als eigenaar of als bevoegd tot ontvangst mocht beschouwen. Aangifte kan bij de aangewezen ambtenaar van iedere gemeente.
- Als geen aangifte van de schat is gedaan of onzeker is wie rechthebbende is, kan de gemeente bewaring verlangen totdat vaststaat wie rechthebbende is (art. 5:13(3)).
- Voor gewone onbeheerde roerende zaken geldt art. 5:5 wanneer iemand de zaak vindt en onder zich neemt. Met bekwame spoed aangifte bij de gemeente doen is verplicht, tenzij de vinder onmiddellijk iemand heeft ingelicht die hij als eigenaar of als bevoegd tot ontvangst mocht beschouwen.
- Bij een vondst in een woning, gebouw of vervoermiddel moet je ook met bekwame spoed de bewoner, gebruiker of exploitant, of degene die daar namens hen toezicht houdt, informeren, tenzij dezelfde uitzondering voor het onmiddellijk inlichten van een bevoegd geachte ontvanger geldt (art. 5:5(1)(b), (2)).
- Geef de zaak aan de gemeente in bewaring als die dat verlangt. Een vinder mag de zaak op ieder moment bij iedere gemeente in bewaring geven; tot die tijd moet hij voor bewaring en onderhoud zorgen. Van de aangewezen ambtenaar kan een bewijs van aangifte of inbewaringgeving worden verlangd (art. 5:5).
- Volgens art. 5:6(1) verkrijgt een vinder die aan de toepasselijke eisen van art. 5:5(1) heeft voldaan de eigendom één jaar na de aangifte of mededeling bedoeld in art. 5:5(1)(a), uitsluitend als de zaak nog in de macht van de vinder of de gemeente is, behoudens de volgende uitzonderingen.
- Artikel 5:6 geldt niet als de eigenaar of een andere tot ontvangst bevoegde persoon zich vóór het einde van de toepasselijke termijn bij de bewaarder meldt om de zaak te ontvangen. Voor de gemeentelijke beschikkingsbevoegdheden van art. 5:6(2)-(3) geldt het ook na afloop niet, als de gemeente de zaak nog redelijkerwijs aan die persoon ter beschikking kan stellen.
- Als een zaak anders dan op vordering van de gemeente bij haar in bewaring is gegeven en tot een aangewezen categorie niet-kostbare zaken behoort, geldt art. 5:6(1) niet. Drie maanden na de inbewaringgeving mag de burgemeester de zaak voor rekening van de gemeente verkopen, kosteloos aan een derde overdragen of vernietigen (art. 5:6(2)). Welke categorieën zijn aangewezen, is hier niet vastgesteld.
- Voor een zaak in gemeentelijke bewaring waarop noch art. 5:6(1) noch (2) van toepassing is, heeft de burgemeester die beschikkingsbevoegdheden één jaar na de inbewaringgeving (art. 5:6(3)). Dit zijn bevoegdheden om over de zaak te beschikken; de zaak wordt niet automatisch afgestoten en de vinder wordt er niet automatisch eigenaar van.
- Door de zaak onverwijld af te geven aan de bewoner van de woning of de gebruiker of exploitant van de ruimte waar zij is gevonden, of aan degene die daar namens hen toezicht houdt, kan de rechtspositie van de vinder met alle bijbehorende verplichtingen overgaan op die bewoner, gebruiker of exploitant, zonder recht op een beloning (art. 5:7).
- Bij een zaak in gemeentelijke bewaring die snel tenietgaat of achteruitgaat, of waarvan de bewaring wegens onevenredige kosten of ander nadeel niet langer redelijkerwijs kan worden verlangd, mag de burgemeester de zaak verkopen; als verkoop niet geschikt is, mag de zaak worden weggegeven of vernietigd. De opbrengst komt in de plaats van de zaak (art. 5:8(1)-(2), (4)).
- Bij geld in gemeentelijke bewaring hoeft de gemeente slechts een gelijk bedrag te betalen aan degene die daarop aanspraak kan maken; die verplichting vervalt zodra de burgemeester bevoegd zou zijn geworden de zaak voor rekening van de gemeente te verkopen (art. 5:9).
- Wie de zaak opeist bij de gemeente of bij een vinder die aan art. 5:5(1) heeft voldaan, moet de kosten van bewaring, onderhoud en opsporing van de eigenaar of een andere tot ontvangst bevoegde persoon vergoeden. Afgifte mag tot de betaling worden opgeschort (art. 5:10(1)).
- Als de opeisende persoon de verschuldigde kosten niet binnen één maand na opgave betaalt, wordt hij volgens art. 5:10(1) geacht afstand van zijn recht te hebben gedaan. Dat maakt de vinder op zichzelf niet onmiddellijk eigenaar. Een vinder die aan zijn verplichtingen voldoet, kan naar de omstandigheden een redelijke beloning vorderen, behoudens art. 5:7 (art. 5:10(2)).
- Na eigendomsverkrijging op grond van art. 5:6(1) van een zaak in gemeentelijke bewaring moet de vinder zich binnen één maand melden om de zaak te ontvangen; anders mag de burgemeester haar voor rekening van de gemeente verkopen, weggeven of vernietigen (art. 5:11). Dit is een beschikkingsbevoegdheid, geen automatisch verlies van eigendom.
- Artikel 5:12 maakt uitvoeringsregels mogelijk over gemeentelijke bevoegdheden, aangewezen categorieën niet-kostbare zaken, vrijgestelde of gelijkgestelde personen en instellingen, en bepaalde niet-afgehaalde zaken. Die uitvoeringsregels zijn hier niet vastgesteld; de indeling van een bepaalde vinder of zaak mag niet worden aangenomen.
- Een onbeheerde zaak is niet automatisch eigenaarloos of prijsgegeven. Artikelen 5:4 en 5:18 regelen afzonderlijke categorieën; grondbezit of het vinden van een zaak bewijst niet dat een van beide van toepassing is.
- Schatten, archeologische vondsten, dieren, menselijke resten en voorwerpen waarvoor beperkingen gelden, vragen om een eigen juridische indeling en toepassing van bijzondere regels. Deze civielrechtelijke regels over eigendom en bewaring geven geen toestemming voor detecteren, graven of toegang en stellen de eigendom van een concrete vondst niet volledig vast.
- vondsten van dieper dan 30 cm, van een monument of uit een gemeente met een detectorverbod zijn illegale opgravingsvondsten en zijn niet van jou
Wat de regel zegt
“Een schat komt voor gelijke delen toe aan degene die hem ontdekt, en aan de eigenaar van de onroerende of roerende zaak, waarin de schat wordt aangetroffen. 2 Een schat is een zaak van waarde, die zolang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord.”
Vondsten melden
Melden verplichtMeld elke archeologische vondst zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en houd haar zes maanden beschikbaar voor onderzoek.
- de verplichting om een vondst 'zo spoedig mogelijk' aan de Minister te melden geldt ook voor detectorvondsten (Erfgoedwet art. 5.10, van toepassing verklaard door besluit art. 2.2(3)); in de praktijk meld je bij de RCE
- meld via het Archis-systeem van de RCE of het vondstmeldingsformulier (er is ook een Engels formulier), met een foto; PAN registreert eveneens detectorvondsten
- de vinder moet de vondst na de melding zes maanden beschikbaar houden voor wetenschappelijk onderzoek
- Daarnaast moet iemand die een onbeheerde roerende zaak vindt en onder zich neemt met bekwame spoed aangifte doen bij de aangewezen ambtenaar van een gemeente naar keuze, tenzij hij onmiddellijk na de vondst iemand heeft ingelicht die hij als eigenaar of als bevoegd tot ontvangst mocht beschouwen (Burgerlijk Wetboek art. 5:5(1)(a), (2)).
- Bij een vondst in een woning, gebouw of vervoermiddel moet je ook met bekwame spoed de bewoner, gebruiker of exploitant, of degene die daar namens hen toezicht houdt, informeren, tenzij dezelfde uitzondering voor het onmiddellijk inlichten van een bevoegd geachte ontvanger geldt (art. 5:5(1)(b), (2)).
- Aangifte bij de gemeente staat los van fysieke bewaring: geef de zaak in bewaring als de gemeente dat verlangt. Vrijwillige inbewaringgeving bij iedere gemeente is op elk moment mogelijk; tot die tijd moet de vinder voor bewaring en onderhoud zorgen. Van de aangewezen ambtenaar kan een bewijs van aangifte of inbewaringgeving worden verlangd (art. 5:5(1)(c), (3)-(4)).
- Onverwijlde afgifte aan de bewoner van de woning of de gebruiker of exploitant van de ruimte waar de vondst is gedaan, of aan degene die daar namens hen toezicht houdt, kan de rechtspositie van de vinder met alle bijbehorende verplichtingen doen overgaan op die bewoner, gebruiker of exploitant, zonder recht op een beloning (art. 5:7).
- Een schat is een zaak van waarde die zo lang verborgen is geweest dat de eigenaar niet meer kan worden opgespoord. De ontdekker moet aangifte doen volgens art. 5:5(1)(a), met dezelfde uitzondering voor het onmiddellijk inlichten van iemand die hij als eigenaar of als bevoegd tot ontvangst mocht beschouwen. Als geen aangifte is gedaan of onzeker is wie rechthebbende is, kan de gemeente bewaring verlangen totdat dit vaststaat (art. 5:13).
- Uitvoeringsregels op grond van art. 5:12 kunnen uitzonderingen op de mededelings- of aangifteplicht, gelijkgestelde personen of instellingen en regels voor bepaalde niet-afgehaalde zaken bevatten; die regels en de indeling van een concrete vondst zijn hier niet vastgesteld. De uitzondering in het Burgerlijk Wetboek neemt een afzonderlijk toepasselijke archeologische meldplicht niet weg.
- wapens, munitie of menselijke resten: stop en bel de politie (PAN)
Wat de regel zegt
“Hoewel vondsten die met behulp van metaaldetectie worden gedaan geen archeologische toevalsvondsten zijn (maar vondsten gedaan tijdens een opgraving), moeten ook deze vondsten worden gemeld bij de RCE.”
Stranden en getijdenstrook
Verschilt per locatieOp stranden geldt de landelijke 30-centimeterregel, maar iedere gemeente kan de vrijstelling via haar verordening uitschakelen: Den Haag staat amateurzoeken op zijn stranden toe (nooit in de duinen), terwijl Veere detectoren langs de hele kust verbiedt.
- Den Haag (Scheveningen en Kijkduin): amateurzoeken met een detector mag op het strand; laat het achter zoals je het aantrof en maak grote gaten dicht; nooit in de duinen
- Veere (Zeeland): de hele kuststrook betreden met een metaaldetector is verboden
- controleer de APV (Algemene plaatselijke verordening) van de gemeente voordat je op pad gaat
- de landelijke vrijstelling geldt alleen op land, niet onder water; PAN raadt zoeken op de waterlijn af
- voor strandvondsten geldt dezelfde meldplicht als voor andere vondsten
- we hebben geen regel van Rijkswaterstaat over metaaldetectie gevonden
Wat de regel zegt
“Gemeenten hebben verder de mogelijkheid om de uitzondering voor metaaldetectie niet te laten gelden voor delen van hun grondgebied, bijvoorbeeld door middel van een algemene plaatselijke verordening.”
Beschermde monumenten
Alleen met onderzoekstoestemmingDe detectorvrijstelling geldt niet op rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten. Graven daar is dus een archeologische opgraving die alleen gecertificeerde professionals mogen uitvoeren.
- geldt voor rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten en monumenten in de aanwijzingsprocedure
- ook verboden terrein: elke locatie waar een gecertificeerde opgraving of een opgraving door een universiteit plaatsvindt
- de RCE brengt rijksmonumenten in kaart; vraag de gemeente en provincie naar lokale monumenten (PAN)
Wat de regel zegt
“De vrijstelling is niet van toepassing op: a. een rijksmonument; ... c. een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument ... d. een gemeentelijk monument of een voorbeschermd gemeentelijk monument”
Nationale parken en natuurgebieden
Verschilt per locatieNederlandse nationale parken en natuurgebieden hebben geen gezamenlijk stel regels; iedere terreinbeheerder beslist zelf. Ga uit van een verbod: Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten verbieden metaaldetectie op al hun terreinen.
- Natuurmonumenten: geen metaaldetectie of magneetvissen in zijn gebieden, nooit toestemming en bij overtreding kans op een boete
- Staatsbosbeheer: geen toestemming en geen detector meenemen naar zijn gebieden
- voor terreinen van andere beheerders is hun eigen toestemming nodig; we hebben geen beheerder gevonden die het toestaat
Wat de regel zegt
“Zoeken met een metaaldetector of magneetvissen is niet toegestaan in de gebieden van Natuurmonumenten.”
Terreinen van Staatsbosbeheer
VerbodenStaatsbosbeheer geeft geen toestemming om op zijn terreinen met een metaaldetector te zoeken; je mag er zelfs geen detector mee naartoe nemen.
- geldt voor alle gebieden die Staatsbosbeheer beheert, ook voor magneetvissen
- genoemde redenen: graafschade, verstoring van de archeologische bodem en gevaarlijke munitie uit de Tweede Wereldoorlog
- voor particulier bos is toestemming van de eigenaar nodig
Wat de regel zegt
“Staatsbosbeheer geeft geen toestemming voor het gebruik van een metaaldetector of voor magneetvissen in onze gebieden. Je mag ook geen metaaldetector of magneet om te vissen mee het gebied in nemen.”
Rivieren, meren en kanalen
Alleen met onderzoekstoestemmingDe detectorvrijstelling eindigt aan de waterkant: archeologische voorwerpen uit de bodem van een meer, rivier of kanaal halen is een opgraving waarvoor een professioneel certificaat nodig is.
- de vrijstelling tot 30 cm geldt alleen op land (het besluit spreekt van het 'landoppervlak')
- cultureel erfgoed in of uit de waterbodem verplaatsen of verwijderen is een opgraving waarvoor een certificaat nodig is (RCE)
- PAN raadt ook zoeken op de waterlijn en in uiterwaarden af
Wat de regel zegt
“De uitzondering is alleen van toepassing op land en niet onder water.”
Particuliere grond
Toestemming vereistOp particulier terrein heb je vóór het zoeken toestemming van de grondeigenaar of beheerder nodig; de grens van 30 centimeter en de meldplicht blijven gelden.
- een gemeentelijk detectorverbod geldt ook op particulier terrein
- spreek vooraf met de eigenaar af hoe een eventuele schat wordt verdeeld (Burgerlijk Wetboek art. 5:13 geeft ieder de helft)
- PAN: vraag altijd de grondeigenaar; legaal zoeken kan alleen met diens toestemming
Wat de regel zegt
“Voor gebieden van anderen is toestemming nodig van de betreffende terreineigenaar of -beheerder.”
Ook waar metaaldetectie is toegestaan, zijn archeologische en historische locaties beschermd. Maak elk gat dicht en volg de aangegeven regels. Controleer altijd de actuele regel bij de terreinbeheerder.
De 30-centimeterregel
De Erfgoedwet (wet voor het cultureel erfgoed) verbiedt archeologisch graven zonder professioneel certificaat; een vondst uit de grond halen geldt ook als graven. Het Besluit Erfgoedwet archeologie (archeologiebesluit) maakt een uitzondering voor detectorzoekers: je mag de bodem tot 30 centimeter onder het oppervlak verstoren. De nationale erfgoeddienst, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), legt uit waarom die uitzondering bestaat: detectorzoekers dragen bij aan archeologische kennis. Die bovenste laag is de bouwvoor, de ploeglaag.
De uitzondering heeft grenzen. Ze geldt niet op rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten, ook niet als de aanwijzing nog loopt, of waar een professionele opgraving plaatsvindt. Ze geldt alleen op land, niet op de bodem van meren, rivieren of kanalen. Graaf je dieper dan 30 centimeter of op een monument, dan voer je een illegale opgraving uit.
Gemeenten kunnen nee zeggen
Elke gemeenteraad kan de vrijstelling voor het hele grondgebied of een deel daarvan uitschakelen, bijvoorbeeld via de APV, de plaatselijke verordening. Controleer dus de gemeentelijke regels voordat je op pad gaat. Sommige gemeenten gaan verder en verbieden metaaldetectors in hun verordening: Ede verbiedt het bij zich hebben van een detector buiten de bebouwde kom vanwege explosieven uit de oorlog. Buren kent sinds oktober 2022 een totaalverbod, met ontheffingen uitsluitend voor volwassen leden van een archeologische vereniging.
Aan de kust zie je hoe sterk de regels verschillen. Den Haag staat amateurdetectie toe op de stranden van Scheveningen en Kijkduin: maak je gaten dicht en zoek nooit in de duinen. Veere in Zeeland verbiedt daarentegen het betreden van de hele kuststrook met een metaaldetector. We hebben geen regel van Rijkswaterstaat over metaaldetectie gevonden.
Bossen, natuurgebieden en particuliere grond
Staatsbosbeheer, de landelijke bosbeheerder, geeft geen toestemming voor metaaldetectie op zijn terreinen en laat je er zelfs geen detector mee naartoe nemen. Als redenen noemt het graafschade, archeologie en munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Natuurmonumenten, de natuurbeschermingsvereniging, zegt hetzelfde en waarschuwt voor boetes. We hebben geen detectieregel voor nationale parken als zodanig gevonden; de terreinbeheerders beslissen dus. Ga er bij parken en natuurgebieden voor de zekerheid van uit dat het niet mag.
Ook elders is de grond van iemand en heb je diens toestemming nodig. Vraag die vooraf, spreek af hoe een eventuele schat wordt verdeeld, maak je gaten dicht en neem je afval mee; behandel vondsten volgens de regels voor melden en bewaren.
Gevonden zaken: melden en eigendom
Een vondst houden is aan voorwaarden gebonden. Als je een onbeheerde roerende zaak vindt en onder je neemt, legt het Burgerlijk Wetboek verplichtingen op voor melden en bewaren. Voor zaken die als schat kwalificeren geldt een afzonderlijke eigendomsregel; de archeologische meldplicht staat daar los van.
Lees de regels voor melden en bewaren, de eigendomsvoorwaarden en de regels voor schatten.
Elke archeologische vondst moet zo spoedig mogelijk bij de RCE worden gemeld, via Archis of het vondstmeldingsformulier (er is ook een Engelse versie), en zes maanden beschikbaar blijven voor onderzoek. Detectorvondsten kun je ook melden bij PAN, het project Portable Antiquities of the Netherlands; de RCE accepteert die meldingen.
Melden en bewaren. Als je een onbeheerde roerende zaak vindt en onder je neemt, doe je met bekwame spoed aangifte bij de aangewezen ambtenaar in een gemeente naar keuze, tenzij je onmiddellijk iemand hebt ingelicht die je als eigenaar of als bevoegd tot ontvangst mocht beschouwen.
Bij een vondst in een woning, gebouw of vervoermiddel moet je ook met bekwame spoed de bewoner, gebruiker of exploitant, of diens toezichthouder, inlichten, tenzij dezelfde uitzondering voor onmiddellijke mededeling geldt. Je moet de zaak in bewaring geven als de gemeente dat vordert; anders mag je haar op elk moment bij een gemeente naar keuze in bewaring geven. Tot die tijd moet je voor bewaring en onderhoud zorgen. Je kunt de aangewezen ambtenaar om een bewijs van aangifte of inbewaringgeving vragen.
Als je de zaak zonder vertraging overdraagt aan de bewoner van de woning of de gebruiker of exploitant van de ruimte waar je haar vond, of aan diens toezichthouder, kan jouw rechtspositie met alle bijbehorende verplichtingen overgaan op die bewoner, gebruiker of exploitant, zonder recht op een beloning.
Eigendom bij gewone vondsten. Volgens de algemene regel van het Burgerlijk Wetboek wordt een vinder die aan de toepasselijke aangifte-, mededelings- en bewaringsplichten voldoet één jaar na de aangifte of de onmiddellijke mededeling die onder de uitzondering valt eigenaar, maar alleen als de zaak nog in de macht van de vinder of de gemeente is en er geen uitzondering geldt. Meldt de eigenaar of een andere tot ontvangst bevoegde zich vóór het einde van de toepasselijke termijn bij de bewaarder, dan treedt het gevolg van artikel 6 niet in. In de gevallen waarin de gemeente over de zaak mag beschikken, voorkomt ook een latere aanspraak dat gevolg als de gemeente de zaak redelijkerwijs nog kan teruggeven.
Voor een zaak die vrijwillig bij de gemeente in bewaring is gegeven en onder een aangewezen categorie niet-kostbare zaken valt, geldt een andere regeling: na drie maanden mag de burgemeester haar voor rekening van de gemeente verkopen, weggeven of vernietigen. Als noch de gewone eigendomsverkrijging door de vinder, noch die driemaandenregeling geldt, ontstaan die bevoegdheden één jaar na de inbewaringgeving. Dit zijn bevoegdheden om over de zaak te beschikken; de zaak wordt niet automatisch verkocht, weggegeven of vernietigd en eigendom voor de vinder is niet gegarandeerd.
Andere wezenlijke voorwaarden gaan over vervroegd beschikken over bederfelijke of bezwarende zaken, geld in gemeentelijke bewaring, kostenvergoeding, beloningen en het ophalen nadat de eigendom is overgegaan. Lees de volledige voorwaarden voor houden en melden, waaronder de ophaaltermijn van één maand; deze korte uitleg vervangt die voorwaarden niet.
Schatten. Een schat is een waardevolle zaak die zo lang verborgen is geweest dat de eigenaar daardoor niet meer kan worden opgespoord. Zij komt voor gelijke delen toe aan de ontdekker en aan de eigenaar van de roerende of onroerende zaak waarin zij is gevonden. Dezelfde aangifteregel met uitzondering geldt. Als geen aangifte is gedaan of onzeker is wie rechthebbende is, kan de gemeente bewaring vorderen totdat dit is vastgesteld.
Wat nog niet is vastgesteld. We hebben de uitvoeringsregels bij artikel 12 niet vastgesteld, waaronder de aangewezen categorieën niet-kostbare zaken en vrijstellingen of gelijkstellingen voor bepaalde personen en instellingen. De uitkomst voor een concrete vondst blijft onzeker totdat haar juridische categorie en de toepasselijke regels zijn vastgesteld. Eigenaarloze of prijsgegeven zaken, archeologie, dieren, menselijke resten en voorwerpen waarvoor bijzondere beperkingen gelden, vereisen een afzonderlijke beoordeling. Deze regels over eigendom en bewaring geven geen toestemming voor detecteren, graven of toegang.
Bron: Burgerlijk Wetboek Boek 5, versie van kracht vanaf 1 januari 2024, geraadpleegd op 7 oktober 2026.
Bronnen
Officiële bronnen en wetgeving waarop deze pagina is gebaseerd (bronnen gecontroleerd op 7 oktober 2026):
- Erfgoedwet, geconsolideerde tekst
- Besluit Erfgoedwet archeologie, art. 2.2 Metaaldetectoren
- Burgerlijk Wetboek Boek 5, art. 5, 6 en 13
- Moet ik een archeologische vondst melden?
- Metaaldetectie
- Toevalsvondsten
- Archeologische vondsten melden
- Archeologie voor vrijwilligers en de Erfgoedwet
- Regels rondom metaaldetectie (korte versie)
- Toegangsregels
- Metaaldetectie en natuur
- Regels op het strand van Scheveningen en Kijkduin (Den Haag), Wayback Machine-opname 2026-06-21
- Aanwijzingsbesluit Apv Veere 2020, art. 2.22 detectieverbod
- Aanwijzingsbesluit detectieverbod Ede
- Beleidsregels verlenen ontheffing metaaldetectorverbod (ontheffingsbeleid Buren)
Veelgestelde vragen
- Heb ik een vergunning nodig voor metaaldetectie in Nederland?
- Nee. Sinds 1 juli 2016 mag je zonder vergunning met een metaaldetector zoeken en tot 30 centimeter diep graven, behalve op beschermde monumenten, bij actieve opgravingen en onder water. Je hebt nog steeds toestemming van de grondeigenaar nodig, sommige gemeenten verbieden detectors in hun verordening en archeologische vondsten moeten bij de RCE worden gemeld.
- Mag ik met een metaaldetector op Nederlandse stranden zoeken?
- Dat hangt af van de gemeente. Den Haag staat amateurdetectie op zijn stranden toe, maar nooit in de duinen; Veere verbiedt detectors langs de hele kuststrook. Controleer vóór vertrek de plaatselijke verordening (APV) en meld elke archeologische vondst.
- Moet ik melden wat ik vind?
- Archeologische detectorvondsten moeten zo spoedig mogelijk bij de RCE worden gemeld en na de melding zes maanden beschikbaar blijven voor onderzoek. Daarnaast vereist het Burgerlijk Wetboek met bekwame spoed gemeentelijke aangifte als je een onbeheerde roerende zaak vindt en onder je neemt, tenzij je onmiddellijk iemand inlicht die je als eigenaar of als bevoegd tot ontvangst mocht beschouwen. Diezelfde uitzondering geldt voor de aanvullende mededeling bij een vondst in een woning, gebouw of vervoermiddel; de gemeente kan nog wel bewaring verlangen; voor schatten geldt de aangifteregel met uitzondering.
Details over melden en bewaren · Regels voor schatten
- Van wie is wat ik in Nederland vind?
- Je wordt niet automatisch eigenaar. Eigendom voor de vinder van een gewone gevonden zaak hangt af van de voorwaarden voor aangifte, mededeling, bewaring en eigendomsverkrijging in het Burgerlijk Wetboek; een aanspraak van een rechthebbende of een gemeentelijke beschikkingsregel kan de uitkomst veranderen. Een zaak die als schat kwalificeert komt voor gelijke delen toe aan de ontdekker en de eigenaar van de roerende of onroerende zaak waarin zij is gevonden. De juridische categorie van de vondst en toepasselijke bijzondere regels blijven van belang.
Eigendomsvoorwaarden en uitzonderingen · Regels voor schatten
- Mag ik met een metaaldetector in Nederlandse bossen en natuurgebieden zoeken?
- Ga ervan uit dat het niet mag. Staatsbosbeheer, de landelijke bosbeheerder, geeft geen toestemming en laat geen detectors toe in zijn gebieden. Natuurmonumenten verbiedt metaaldetectie op al zijn terreinen. Andere eigenaren moeten zelf toestemming geven.
Help deze regels actueel te houden
Het melden van fouten op deze website is op deze pagina nog niet beschikbaar.